Stadscomponist

Tracking Tilburg Online: Lone



In deze tijd van binnenzitten en afwachten wilde ik als Stadscomponist Tilburg toch weer laten klinken. Ik nodigde componisten en musici uit om korte stukken te maken. Muziek voor plekken die normaal gesproken vol met mensen zitten, maar nu doodstil zitten te wachten op het muzikale talent dat hier in de stad rondloopt.

Vanaf 23 april tot 4 juni wordt de quarantaine wat draaglijker met het troostrijke project Tracking Tilburg Online. Ik zelf, drie van mijn studenten en drie gevestigde Tilburgse componisten klimmen in de pen om nieuwe muziek te schrijven. Zeven solisten voeren die korte composities uit.

Ze doen dat op plekken die normaliter voor alle inwoners toegankelijk zijn, maar die momenteel noodgedwongen hun deuren gesloten moeten houden. De filmpjes zijn online te bekijken.

Het project Tracking Tilburg is een logisch voortvloeisel uit mijn rol van Stadscomponist en ambassadeur. Eerder gaf ik een tiental lokale componisten opdracht om muziek te schrijven voor het carillon in de Heikese Kerk. Ook verzorgde ik een groot openbaar evenement in de LocHal met nieuwe muziek gebaseerd op verhalen van verschillende Tilburgers.

Tracking Tilburg Online vormt daarop het vervolg; nu we voorlopig binnen moeten blijven, laten diverse musici zien en horen hoe onze dierbare plekken er momenteel bij liggen. Het Natuurmuseum, CafeĢ Kandinsky en Hall Of Fame zijn slechts enkele van de deelnemende locaties.

Stadscomponist Tilburg: De stad en haar scenius



(gepubliceerd in MestMag)

"Wat doet een stadscomponist eigenlijk?" Als er één vraag is die ik als stadscomponist van Tilburg het afgelopen jaar vaak heb gehoord, is het deze wel. En het is een goede vraag, want Nederland kent verder geen stadscomponisten. Wel stadsdichters, -filosofen en -fotografen: allemaal kunstenaars die op een direct op de actualiteit kunnen reageren of hun opwachting maken bij speciale gelegenheden.

Omdat het componeren van een klassieke muziek een langdurige bezigheid is, ligt het inspelen op de actualiteit niet voor de hand. De gebeurtenis is alweer lang en breed vergeten als de stadscomponist zijn noten eindelijk op papier heeft staan en als de musici het werk hebben gerepeteerd. En dan ben ik nog een redelijk snelle toondichter.

Ik vind dat mijn stadscomponistschap niet te veel over mij moet gaan. Ik zie mezelf eerder als een ambassadeur voor nieuw gecomponeerde muziek. Ik geloof in wat componist/producer/cultuurgoeroe Brian Eno 'Scenius' heeft gemunt. Scenius is zoiets als genius, alleen dan ingebed in de scene in plaats van in genen. Eno bedacht de term voor de creativiteit gegenreerd door groepen, plaatsen of scenes. In zijn eigen woorden: "Scenius stands for the intelligence and the intuition of a whole cultural scene. It is the communal form of the concept of the genius."

De kunstscene als collectief genie, dat is het tegenovergestelde van de gedachte dat kunst voor en door de enkeling is. Sommige mensen houden van speed metal, anderen van ambient of dance, en weer anderen van hedendaagse klassieke muziek (en dat is ook weer een wereld aan genres op zich). Elitaire kunst bestaat niet, verschillende smaken wel.

Intussen wordt er veel moois gecomponeerd dat voor veel mensen onzichtbaar en ongehoord blijft. Dat geldt niet alleen voor de componisten in Tilburg en omstreken, maar ook voor de musici in die stad: eigenlijk is nieuw gecomponeerde muziek alleen te bewonderen in gespecialiseerde zalen en series. En dat vond ik jammer.

Ik wilde Tilburg daarom binnenstebuiten keren: de openbare ruimte werd de concertzaal, met de inwoners van de stad als publiek. Zo klinkt er iedere zaterdag nieuwe muziek op het carillon van de Heikese Kerk, speciaal daarvoor gecomponeerd door Tilburgse componisten en studenten. En organiseerden we Tracking Tilburg in de LocHal: een gratis toegankelijk minifestival met nieuwe muziek, uitgevoerd door studenten van Fontys Academy of Music and Performance Arts en door gelauwerde Tilburgse musici.

Voor komend jaar staat er nog een aantal projecten op stapel, zoals een compositie-estafette met harmonieorkest Orpheus. Maar wat ik vooral zou willen, is dat mijn stadscomponistschap een aanzet is geweest voor het structureel binnenstebuiten keren van de stad—nog lang na mijn regeerperiode. Je zou er zo maar een aantal nieuwe liefhebbers voor hedendaagse non-popmuziek mee bij kunnen krijgen.

Om op de elevator-pitchvraag terug te komen die ik in het begin stelde: het is niet zo belangrijk te weten wát een stadscomponist precies doet. Het interessanter dát die wat doet voor de stad en haar scenius.