Canto ostinato (3): rotonde- versus kruispuntmuziek

335737062-victoria-grosser-stern-grosser-tiergarten-golden-else

Mijn pianowerken, met name die voor vier vleugels, zijn enorm orkestraal. De piano's vormen een orkest, zoals dat verder niet bestaat.Simeon ten Holt


Simeon ten Holt: “Mijn stukken, vooral de latere stukken, de avondvullende pianostukken, zijn ‘work in progress’. Het is iets wat nooit klaar is maar door de uitvoerenden tot iets wordt gemaakt, tot iets wordt uitgekristalliseerd. Het stuk staat er wel en de noten staan er ook wel en je moet je aan de tekst houden, maar je kunt er zelf iets mee doen.

“Het is net als de vrijheid van de mensen, die bestaat uit een verschil: Je hebt een rotondemuziek, mijn muziek is rotonde, maar je hebt ook een kruispuntmuziek. Een kruispuntmuziek met de stoplichten, daar staat een dirigent voor en iedereen speelt zijn nootjes en ziet wat die dirigent dirigeert, zoals op een kruispunt met stoplichten.

“Bij een rotonde is er niet meer een dirigent die ervoor staat, maar dan moet je allemaal op elkaar letten, dan is er een andere regel dan links gaat voor, je moet heel goed op de ander letten, want anders bots je, je moet wachten op die ander die voorrang heeft.

“En dat is met een kruispunt niet, daar sta je stil, ook als er geen verkeer is wat op de dwarsweg ligt, dan moet je gewoon stoppen. En dat is dus een beetje serviel en die serviliteit, die is weg bij mijn muziek. Daar staat ook geen dirigent voor. Dat zijn allemaal mensen die allemaal evenzeer chef zijn. Iedereen is even belangrijk, en dat is het wezenlijke, een sociaal besef een sociaal verschil. Begrijp je, dat is wel degelijk heel wezenlijk.”

Een vertaling van de vier piano’s van Canto ostinato naar orkest maken, is alsof je een tafeldiscussie gaat voeren met zestig man.

Strijkt dat het idee van Canto tegen de haren of is het wel degelijk mogelijk? Ik denk dat het kan, al wordt het een ander soort gesprek. Zoals je een groepsdiscussie moet voorzitten of in kleine groepen moet verdelen (wil je niet in chaos verzanden)—zo moet een orkestratie, met behoud van alle keuzes voor de speler, in banen worden geleid.

Wat me voor ogen staat is dat de beslissingen worden genomen in kleinere of grotere subgroepen binnen het orkest, met een dirigent als discussieleider. Hij houdt het overzicht en neemt macrobeslissingen. Maar hij stuurt altijd op basis van wat hij hoort in het orkest. In de eerste plaats zijn het namelijk de musici die de beslissingen nemen: in de orkestratie laat ik bepaalde beslissingen aan grotere of kleinere groepen musici over, of aan het hele orkest.

Op die manier wil ik het idee van rotondemuziek ook in mijn versie voor orkest behouden.

Ik maak op dit moment een orkestbewerking van Canto ostinato, in opdracht van het Residentie Orkest. Première op 13 en 14 mei 2016 in Rotterdam en Den Haag. Op deze plek doe ik regelmatig verslag van mijn werkproces. En schrijf ik over alles wat me opvalt in Canto.


Canto ostinato (2): gecontroleerd anarchisme

canto_ostinato_32a-35

Het gaat mij om een sociaal proces. De mens heeft een onvermogen tot communiceren en door zoveel open te laten dwing ik de spelers tot overleg. De momentgebonden interactie bepaalt de uiteindelijke vorm van het stuk. Ik ben slechts een regisseur op afstand: ik lever enkel de bouwstenen. Simeon ten Holt


In Canto ostinato beslissen de spelers zelf of ze bepaalde secties willen herhalen—en hoeveel keer ze die willen herhalen. Andere secties zijn bedoeld als brug en mogen maar één keer worden gespeeld.

Als musicus beslis je met elkaar en op het moment zelf wanneer je naar een volgende sectie gaat. Maar ook de speelmanier (staccato, marcato, legato), de dynamiek (piano, mezzoforte, forte) en zelfs de keuze van motieven en hun alternatieven worden door de spelers bepaald.

Ter plekke dus. Dat betekent goed luisteren naar elkaar en al spelend tot overeenkomsten komen. Alsof je met elkaar in gesprek bent.

Zo klinkt Canto steeds weer anders: niet alleen lopen de tijdsduren van diverse uitvoeringen enorm uiteen—ook in de vorm gedraagt het werk zich als een soort harmonica in de tijd. Het stuk is een blokkendoos: de uitvoerenden bepalen tijdens het spelen wanneer ze overgaan naar een volgende sectie, of wanneer ze die herhalen.

Dat is helemaal in de geest van de minimal music: musiceren alsof je in een band speelt. Niemand is de baas, beslissingen worden gezamenlijk genomen—een gecontroleerd anarchisme dat bij uitstek past bij kleine groepen.

Omdat de vrijheid in het DNA van Canto zit, wil ik die ook vertalen naar mijn versie voor orkest. Zo wil ik dat secties en subgroepen zelf beslissingen nemen—binnen de oevers van wat mogelijk is met zo'n grote groep. Daar schrijf ik een volgende keer meer over.

Die keuzevrijheid betekent bij Ten Holt geen ‘anything goes’. Ten Holt ergerde zich aan uitvoeringen die de geest van het werk niet respecteerden: “Zo zelfs dat ik bepaalde interpretaties niet meer als mijn stuk beschouwde. Ik werd bijvoorbeeld wel boos toen ze van de melodiepassage een soort fuga gingen maken. Stilwiderlich noem je dat in het Duits, het hoort niet in de stijl thuis. Net alsof je middeleeuwse muziek met Mozart combineert. En dan is er ook een uitvoering op cd waarop maar de helft van Canto ostinato wordt gespeeld, met voor de smulpapen aan het slot nog even die melodiepassage. Dat vind ik degoutant, teveel op de verkoop gericht.”

Ik maak op dit moment een orkestbewerking van Canto ostinato, in opdracht van het Residentie Orkest. Première op 13 en 14 mei 2016 in Rotterdam en Den Haag. Op deze plek doe ik regelmatig verslag van mijn werkproces. En schrijf ik over alles wat me opvalt in Canto.


Canto ostinato (1): de sensualiteit van het leven

Simeon

Een werk schrijft als het ware zichzelf. Net als een roman, waarin de personages een eigen leven leiden. Een compositie zit helemaal in mijn handen, voor ik hem opschrijf. Mijn handen grijpen wat mijn hoofd niet grijpen kan. Simeon ten Holt


Echte minimal-componisten zijn in Nederland vreemd genoeg op de vingers van één hand te tellen. Simeon ten Holt (1923-2012) is er een van, maar hij ontwikkelde wel een hoogstpersoonlijke, sensuele stijl binnen die stroming. Zijn pianowerk Canto ostinato zou je kunnen zien als het In C (Terry Riley) van de Nederlandse muziek.

Je kunt je bijna niet voorstellen dat de componist van Canto ostinato ooit begon als serialist, totdat hij genoeg kreeg van het componeren met zijn hoofd. Hij wilde zijn vingers weer laten zoeken naar tonen en kroop achter de piano.

In een interview vertelde hij ooit over deze periode: “Het positivisme en het structuralisme in de muziek hebben ravages aangericht. Ik zat gevangen in het dictaat van het schema. Het dictaat was weliswaar de neerslag van mijn innerlijk, maar ik zat als een ambtenaar mijn nootjes te noteren."

"Dat vond ik de vriesnacht, de nacht waarin de tonaliteit absoluut zoek was. Ik was een dor blad geworden. De verschraling was zo groot en de ontkenning van de stroom van het bloed en de hartenklop zo absoluut, dat ik het niet langer meer uithield en weer achter de piano kroop, en zo begon Canto te ontstaan."

"Het is de geschiedenis van mijn eigen lichaam. Zo moet je dat beschouwen: alles slibde dicht en aan de piano ging mijn bloed weer stromen. De sensualiteit van het leven ging weer meedoen.”

Zoals Rileys In C gaat Ten Holts magnum opus voor toetsinstrumenten over het “herstel van de tonaliteit na de tonaliteit”, aldus de componist. En over interactie: met de vorm die ter plekke ontstaat door het aantal herhalingen en het wel of niet spelen van motieven; met de tijd die de spelers moeten nemen om naar elkaar toe te groeien.

En net zoals zijn Amerikaanse evenknie geldt voor Canto dat geen ander Nederlands naoorlogs werk zo vaak wordt uitgevoerd en steeds opnieuw zo'n diepe indruk maakt.

Ik maak op dit moment een orkestbewerking van Canto ostinato, in opdracht van het Residentie Orkest. Première op 13 en 14 mei 2016 in Rotterdam en Den Haag. Op deze plek doe ik regelmatig verslag van mijn werkproces. En schrijf ik over alles wat me opvalt in Canto.